Bescherming van merknamen en patenten (octrooien) in China
De bescherming van intellectueel eigendom in China is voor veel Nederlandse bedrijven een punt van zorg. Het veelvuldig kopiëren van merknamen en ontwerpen in China wordt wel toegeschreven aan een gebrekkig eigendomsbegrip onder het communisme en de overtuiging dat namaak eerder een compliment dan een inbreuk is. Chinese bedrijven die merknamen en ontwerpen kopiëren of een inbreuk op patenten maken, weten echter heel goed dat zij onrechtmatig handelen.
Bij de toetreding tot de World Trade Organisation heeft China moderne wetgeving uitgevaardigd ter bescherming van intellectuele eigendom. De Trademark Law en Patent Law of the People’s Republic of China (beide aangepast in 2001) kunnen de toets van de Westerse kritiek doorstaan. China is lid van de World Intellectual Property Organization en partij bij alle relevante verdragen.
De betekenis van internationale regelgeving is echter beperkt: de daadwerkelijke bescherming van intellectuele eigendom blijft territoriaal bepaald. Dit betekent dat verdragen nationale procedures slechts vergemakkelijken en stroomlijnen. Ook in China moeten nationale procedures worden doorlopen om rechtsgeldige bescherming te krijgen. Een internationale bescherming van merknamen of patenten bestaat niet (behalve enkele uitzondering zoals patentbescherming onder het Europese Octrooiverdrag).
Het State Intellectual Property Office (SIPO) behandelt aanvragen van patenten. Het SIPO stelt regels vast voor de aanvraag, het onderzoek (naar patenteerbaarheid) en de registratie. Handelsmerken worden geregistreerd bij de China Trademark Office. Indien bescherming in meerdere landen wordt gevraagd, verdient het aanbeveling de internationale procedure te volgen, bijvoorbeeld onder de Patent Cooperation Treaty. Het voordeel van de laatste procedure is dat een onderzoek naar patenteerbaarheid slechts eenmaal wordt gedaan (en niet in landen afzonderlijk).
In China is niet zozeer is het ontbreken van regelgeving de reden van de zwakke bescherming. De oorzaak moet vooral gezien worden in de grootschaligheid van de inbreuken en de beperkte capaciteit van de autoriteiten om te handhaven. Mocht er inbreuk gemaakt worden op een merknaam of een patent dan moet het benadeelde bedrijf gewoonlijk zelf handelend optreden. Men dient zelf bewijsmateriaal te verzamelen en juridische actie voor te bereiden. Zo mogelijk wordt een ‘raid’ op een bedrijf georganiseerd met als doel bewijsmateriaal te verzamelen – hierbij is wel de medewerking van de autoriteiten vereist.
CLC adviseert uw bedrijfsnaam of handelsnaam altijd te registreren. Mocht u dit verzuimen dan kan een Chinees bedrijf er met uw naam van doorgaan en kunt u niet meer onder uw eigen naam produceren. De kosten van registratie zijn beperkt, afhankelijk van het aantal klassen (Nice classificatie) waarin u registratie wenst.
CLC adviseert vooralsnog terughoudend te zijn bij de aanvraag van patenten. Een aantal belangrijke vragen moet eerst worden beantwoord. Wat zijn de kosten van het onderzoek naar de patenteerbaarheid en de registratie? Wat zijn de risico’s op inbreuken en welke kosten zijn verbonden aan de handhaving van uw rechten? In veel gevallen wegen de kosten niet op tegen de risico’s. Een ander probleem is het feit dat technische informatie over een gepatenteerde uitvinding publiekelijk toegankelijk is. Een kwaadwillend Chinees bedrijf kan deze informatie gebruiken. Als de handhaving ontbreekt bereikt u het tegendeel van wat een patent beoogt.
CLC adviseert een strategie te ontwikkeling voor de bescherming van uitvindingen. Laat onderdelen bij verschillende bedrijven in China produceren maar houdt assemblage in eigen hand. Blijf vitale onderdelen zelf produceren. Bewaak zorgvuldig tekeningen, ontwerpen, modellen enzovoort. Wees zorgvuldig met het verstrekken van technische informatie. Zorg dat er geen kopieën van tekeningen gemaakt kunnen worden.
|